Monomestvergisting is kansrijk, maar kostbaar


Voor een succesvolle invulling van mestvergisting op het eigen erf is maatwerk een vereiste en zijn verbeteringen op zowel technisch als financieel vlak noodzakelijk
woensdag, 14 juni, 2017

Monomestvergisting op het eigen erf is kansrijk vanwege te behalen milieuwinst en maatschappelijke acceptatie, maar vanwege het krappe verdienmodel en de noodzaak van maatwerk nog lastig rond te rekenen. 

Dit blijkt uit onderzoek van LTO Noord. Hiervoor werden bij 19 verschillende melkveebedrijven vier scenario's voor monomestvergisting op het eigen erf doorgerekend. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen intensieve en extensieve melkveebedrijven. 

Krap verdienmodel

Monomestvergisting staat uitgebreid in de belangstelling, mede vanwege het 'Jumpstart'-mestverwerkingsproject van FrieslandCampina. Volgens LTO Noord is er zowel binnen het Jumpstart-project als daarbuiten een slechts een krap verdienmodel mogelijk. Zelfs als een positief saldo op mestvergisting wordt gehaald, zijn de marges klein.

Daarnaast spelen vakmanschap van de ondernemer en achterblijvende technische resultaten een beperkende rol bij succesvolle mestvergisting op het eigen erf. Voor een succesvolle invulling van mestvergisting op het eigen erf is maatwerk een vereiste en zijn verbeteringen op zowel technisch als financieel vlak noodzakelijk. 

Financiële haalbaarheid

De financiële haalbaarheid van monovergisting op het eigen erf is voor vier verschillende scenario's doorgerekend. 

Het eerste scenario, verlaging van de kostprijs van de monomestvergister tot wel vijftig procent heeft gering effect. Verhoging van de SDE+ subsidie met 5 tot 7,5 cent per kilowattuur (scenario 2) zorgt voor een daling van de terugverdientijd, maar dit biedt nog geen oplossing voor het merendeel van de (extensieve) bedrijven.

Het toevoegen van vijf tot tien procent aan co-vergistingsproducten zoals bermmaaisel en horcavetten (scenario 3) helpt de marge alleen verbeteren indien er een vergoeding voor de veehouder komt. Glycerine toevoegen als co-vergistingsproduct (scenario 4) is vanwege de kostprijs à 250 euro per ton veel te duur.

Milieuwinst

Toch acht LTO Noord mestvergisting kansrijk, omdat tijdens het proces milieuwinst wordt geboekt in de vorm van vermeden emissies. Reststromen kunnen worden gebruikt in het proces en het eindproduct, digestaat, kan worden afgezet bij fruittelers en akkerbouwers. Door onderzoek te doen naar de waarde van digestaat en milieuwinst te laten uitbetalen kan een toekomstbestendig concept worden ontwikkeld, aldus LTO Noord.


0 reacties

Voor een succesvolle invulling van mestvergisting op het eigen erf is maatwerk een vereiste en zijn verbeteringen op zowel technisch als financieel vlak noodzakelijk
woensdag, 14 juni, 2017

Monomestvergisting op het eigen erf is kansrijk vanwege te behalen milieuwinst en maatschappelijke acceptatie, maar vanwege het krappe verdienmodel en de noodzaak van maatwerk nog lastig rond te rekenen. 

Dit blijkt uit onderzoek van LTO Noord. Hiervoor werden bij 19 verschillende melkveebedrijven vier scenario's voor monomestvergisting op het eigen erf doorgerekend. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen intensieve en extensieve melkveebedrijven. 

Krap verdienmodel

Monomestvergisting staat uitgebreid in de belangstelling, mede vanwege het 'Jumpstart'-mestverwerkingsproject van FrieslandCampina. Volgens LTO Noord is er zowel binnen het Jumpstart-project als daarbuiten een slechts een krap verdienmodel mogelijk. Zelfs als een positief saldo op mestvergisting wordt gehaald, zijn de marges klein.

Daarnaast spelen vakmanschap van de ondernemer en achterblijvende technische resultaten een beperkende rol bij succesvolle mestvergisting op het eigen erf. Voor een succesvolle invulling van mestvergisting op het eigen erf is maatwerk een vereiste en zijn verbeteringen op zowel technisch als financieel vlak noodzakelijk. 

Financiële haalbaarheid

De financiële haalbaarheid van monovergisting op het eigen erf is voor vier verschillende scenario's doorgerekend. 

Het eerste scenario, verlaging van de kostprijs van de monomestvergister tot wel vijftig procent heeft gering effect. Verhoging van de SDE+ subsidie met 5 tot 7,5 cent per kilowattuur (scenario 2) zorgt voor een daling van de terugverdientijd, maar dit biedt nog geen oplossing voor het merendeel van de (extensieve) bedrijven.

Het toevoegen van vijf tot tien procent aan co-vergistingsproducten zoals bermmaaisel en horcavetten (scenario 3) helpt de marge alleen verbeteren indien er een vergoeding voor de veehouder komt. Glycerine toevoegen als co-vergistingsproduct (scenario 4) is vanwege de kostprijs à 250 euro per ton veel te duur.

Milieuwinst

Toch acht LTO Noord mestvergisting kansrijk, omdat tijdens het proces milieuwinst wordt geboekt in de vorm van vermeden emissies. Reststromen kunnen worden gebruikt in het proces en het eindproduct, digestaat, kan worden afgezet bij fruittelers en akkerbouwers. Door onderzoek te doen naar de waarde van digestaat en milieuwinst te laten uitbetalen kan een toekomstbestendig concept worden ontwikkeld, aldus LTO Noord.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.