80 procent veehouders kan melkkorting voorkomen


Melkkorting is volgens LTO voor 80 procent van de bedrijven te voorkomen
dinsdag, 22 november, 2016

Zo’n tachtig procent van de melkveehouders heeft maximaal 10 koeien boven de fosfaatreferentie op 2 juli 2015. Deze melkveehouders kunnen volgens Kees Romijn, melkveevoorman bij LTO, gemakkelijk de melkkorting voorkomen.

Binnen het fosfaatplan op hoofdlijnen is binnen de pijler zuivel namelijk een melkreferentiedatum in 2016 voorzien ten opzichte waarvan bedrijven een melkkorting krijgen opgelegd. Voor deze ‘kortingsmelk’ wordt geen of weinig betaald. Bedrijven die echter vier procent onder de fosfaatreferentie van 2 juli 2015 zitten, zijn vrijgesteld van de melkkorting. ‘Door een aantal koeien te verkopen en zo vier procent onder de fosfaatreferentie te komen, word je vrijgesteld. Voor bedrijven die niet veel gegroeid zijn, is dit financieel beslist het overwegen waard’, vertelt Romijn. ‘Het gaat ons namelijk niet om minder melk, maar om minder koeien. Als een bedrijf vier procent onder de fosfaatreferentie zit, mag het per koe zoveel melken als het wil.’

Jonge boeren en starters

Volgens portefeuillehouder melkveehouderij bij NAJK, Bart van der Hoog, valt 35 procent van de melkveebedrijven in de categorie onder of op het niveau van de fosfaatreferentie. 45 procent van de bedrijven telt ten opzichte van 2 juli 2015 nul tot tien koeien meer. De resterende twintig procent van de bedrijven is tien of meer koeien gegroeid. Binnen deze categorie houdt zeven procent twintig koeien of meer extra. Van der Hoog roept op om bij de invulling van de melkreductieregeling deze categorie niet buitenproportioneel te belasten. ‘Hierin zitten veel jonge boeren en starters’, stelt Van der Hoog.

Koeien verkopen, melkreferentie erbij

Overigens is de totale inzet rondom de melkkorting, ook binnen de categorie grootste groeiers, gericht op minder koeien. ‘De details moeten door de zuivelsector nog verder worden uitgewerkt en kunnen per fabriek verschillen’, vertelt Romijn. ‘Maar stel dat het kortingspercentage 10 procent wordt en een veehouder heeft veertien koeien te veel. Dan stuurt de regeling erop aan om een deel van de koeien te verkopen, waarna de veehouder voor het andere deel van die koeien melkreferentie erbij krijgt.’



Melkkorting is volgens LTO voor 80 procent van de bedrijven te voorkomen
dinsdag, 22 november, 2016

Zo’n tachtig procent van de melkveehouders heeft maximaal 10 koeien boven de fosfaatreferentie op 2 juli 2015. Deze melkveehouders kunnen volgens Kees Romijn, melkveevoorman bij LTO, gemakkelijk de melkkorting voorkomen.

Binnen het fosfaatplan op hoofdlijnen is binnen de pijler zuivel namelijk een melkreferentiedatum in 2016 voorzien ten opzichte waarvan bedrijven een melkkorting krijgen opgelegd. Voor deze ‘kortingsmelk’ wordt geen of weinig betaald. Bedrijven die echter vier procent onder de fosfaatreferentie van 2 juli 2015 zitten, zijn vrijgesteld van de melkkorting. ‘Door een aantal koeien te verkopen en zo vier procent onder de fosfaatreferentie te komen, word je vrijgesteld. Voor bedrijven die niet veel gegroeid zijn, is dit financieel beslist het overwegen waard’, vertelt Romijn. ‘Het gaat ons namelijk niet om minder melk, maar om minder koeien. Als een bedrijf vier procent onder de fosfaatreferentie zit, mag het per koe zoveel melken als het wil.’

Jonge boeren en starters

Volgens portefeuillehouder melkveehouderij bij NAJK, Bart van der Hoog, valt 35 procent van de melkveebedrijven in de categorie onder of op het niveau van de fosfaatreferentie. 45 procent van de bedrijven telt ten opzichte van 2 juli 2015 nul tot tien koeien meer. De resterende twintig procent van de bedrijven is tien of meer koeien gegroeid. Binnen deze categorie houdt zeven procent twintig koeien of meer extra. Van der Hoog roept op om bij de invulling van de melkreductieregeling deze categorie niet buitenproportioneel te belasten. ‘Hierin zitten veel jonge boeren en starters’, stelt Van der Hoog.

Koeien verkopen, melkreferentie erbij

Overigens is de totale inzet rondom de melkkorting, ook binnen de categorie grootste groeiers, gericht op minder koeien. ‘De details moeten door de zuivelsector nog verder worden uitgewerkt en kunnen per fabriek verschillen’, vertelt Romijn. ‘Maar stel dat het kortingspercentage 10 procent wordt en een veehouder heeft veertien koeien te veel. Dan stuurt de regeling erop aan om een deel van de koeien te verkopen, waarna de veehouder voor het andere deel van die koeien melkreferentie erbij krijgt.’



Reacties


REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.