Rabobank schat aandeel serieuze stoppers op zeker tien procent


Het totaalpakket van het fosfaatreductieplan maakt het voor potentiële stoppers extra aantrekkelijk om het bedrijf te beëindigen
zondag, 20 november, 2016

Rabobank houdt er rekening mee dat zeker tien procent van de melkveehouders serieus zal overwegen om op korte termijn te stoppen met melken.

‘Het totaalpakkket van het fosfaatreductieplan maakt het voor hen extra aantrekkelijk om zo snel mogelijk te stoppen’, aldus Ruud Huirne, directeur Food en Agri bij Rabobank.

Nagenoeg geen stoppers afgelopen jaar

Decennia lang was het gebruikelijk dat tussen de twee en drie procent van de bedrijven stopte. ‘Dat is afgelopen jaren gedaald naar 0,5 procent. Afgelopen jaar stopte nagenoeg niemand omdat er zoveel onduidelijkheid bestond over fosfaatrechten. Dan is de verwachte tien procent die overweegt te stoppen, geen raar gegeven’, stelt Huirne.

Vooral stoppers profiteren van regelingen

De opmerking dat het nu vooral de stoppende bedrijven zijn die profiteren van het fosfaatreductieplan, deelt Huirne niet. ‘Ik wil daarover geen discussie op dit moment. Als er meer bedrijven stoppen vanwege de regelingen, is dat ook positief voor de bedrijven die wel willen doorgaan. Maar dat bedrijven die blijven melken het volgend jaar financieel niet gemakkelijk krijgen, dat is duidelijk.’

Ook zonder collegabanken staat Rabobank garant

Rabobank heeft maandag een overleg met collega-banken zoals ABN en ING om over de liquiditeitsvergoeding te spreken. Met deze vergoeding wil de bank veehouders die in 2017 willen stoppen, financieel tegemoet komen omdat zij pas in 2018 hun fosfaatrechten kunnen verzilveren. ‘Ik hoop dat de andere banken, net als wij, zich voor het nog op te richten fonds garant willen stellen. Het slagen van het fosfaatreductieplan is ook voor hen van belang. Maar zelfs als ze besluiten niet mee te doen, dan gaan wij alleen verder.’


0 reacties

Het totaalpakket van het fosfaatreductieplan maakt het voor potentiële stoppers extra aantrekkelijk om het bedrijf te beëindigen
zondag, 20 november, 2016

Rabobank houdt er rekening mee dat zeker tien procent van de melkveehouders serieus zal overwegen om op korte termijn te stoppen met melken.

‘Het totaalpakkket van het fosfaatreductieplan maakt het voor hen extra aantrekkelijk om zo snel mogelijk te stoppen’, aldus Ruud Huirne, directeur Food en Agri bij Rabobank.

Nagenoeg geen stoppers afgelopen jaar

Decennia lang was het gebruikelijk dat tussen de twee en drie procent van de bedrijven stopte. ‘Dat is afgelopen jaren gedaald naar 0,5 procent. Afgelopen jaar stopte nagenoeg niemand omdat er zoveel onduidelijkheid bestond over fosfaatrechten. Dan is de verwachte tien procent die overweegt te stoppen, geen raar gegeven’, stelt Huirne.

Vooral stoppers profiteren van regelingen

De opmerking dat het nu vooral de stoppende bedrijven zijn die profiteren van het fosfaatreductieplan, deelt Huirne niet. ‘Ik wil daarover geen discussie op dit moment. Als er meer bedrijven stoppen vanwege de regelingen, is dat ook positief voor de bedrijven die wel willen doorgaan. Maar dat bedrijven die blijven melken het volgend jaar financieel niet gemakkelijk krijgen, dat is duidelijk.’

Ook zonder collegabanken staat Rabobank garant

Rabobank heeft maandag een overleg met collega-banken zoals ABN en ING om over de liquiditeitsvergoeding te spreken. Met deze vergoeding wil de bank veehouders die in 2017 willen stoppen, financieel tegemoet komen omdat zij pas in 2018 hun fosfaatrechten kunnen verzilveren. ‘Ik hoop dat de andere banken, net als wij, zich voor het nog op te richten fonds garant willen stellen. Het slagen van het fosfaatreductieplan is ook voor hen van belang. Maar zelfs als ze besluiten niet mee te doen, dan gaan wij alleen verder.’

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.