Zuivelplan zet volledig in op gve-reductieregeling


Bedrijven kunnen de korting op het melkgeld ontlopen door het aantal gve’s te verminderen
woensdag, 14 december, 2016

Niet de korting voor te veel geproduceerde melk, maar een gve-reductieregeling is de insteek van het zuivelplan. Dat werd vanmorgen bekend in Den Haag bij de presentatie van het voorgenomen maatregelenpakket om fosfaatreductie te realiseren.

De kortingsregeling van 90 procent op te veel geproduceerde melk blijft overeind omdat zuivelcoöperaties alleen daarop mogen sturen. Maar melkveehouders krijgen de mogelijkheid vrijwillig voor de gve-reductieregeling te kiezen. Naar verwachting van LTO, NZO, NMV en NAJK zal het gros van de veehouders daar ook voor kiezen.

1 oktober 2016 referentie

Binnen de gve-reductieregeling krijgen melkveehouders een referentie bestaande uit het aantal gve’s (grootvee-eenheden) op 2 juli 2015 (zowel melkkoeien als jongvee) min vier procent. De taakstelling van de regeling is het aantal gve’s dat op 1 oktober 2016 aanwezig was, over heel 2017 te reduceren tot de referentie van 2 juli 2015. Groei na 1 oktober 2016 moet sowieso in de eerste periode van 2017 worden gereduceerd. Bedrijven die niet voldoen aan de taakstelling tot reductie krijgen een korting op het melkgeld. Aan iedere gve die maandelijks boventallig is, wordt 800 kilo melk toegekend. Hierop wordt vervolgens een korting van 90 procent op de kale melkprijs toegepast. Dit komt omgerekend neer op ongeveer een bedrag van 250 euro per koe per maand.

Gefaseerde reductie aantal koeien

Bedrijven kunnen de korting op het melkgeld ontlopen door het aantal gve’s te verminderen. Voor de reductie worden in 2017 vijf perioden van ten minste twee maanden vastgesteld voor gefaseerde reductie. Als een bedrijf in de eerste periode het aantal gve’s ten opzichte van 1 oktober 2016 met ten minste vijf procent vermindert, vervalt de korting van 90 procent. Voor periode 2 geldt een reductiepercentage van 10 procent en voor periode 3 een reductiepercentage van 20 procent. Maar dit en verdere aanscherping in daaropvolgende periodes hangt af van de totale nationale fosfaatreductie die is gerealiseerd. Hierdoor is het in theorie mogelijk dat gedurende het jaar blijkt dat een deel van de groei niet gereduceerd hoeft te worden.

Solidairiteitsheffing 20 procent melkgeld

Bedrijven die deelnemen aan de gve-reductieregeling en in een bepaalde periode het vereiste aantal gve’s reduceren, maar de gve-referentie nog niet hebben bereikt, moeten een solidariteitsheffing betalen. Maandelijks betalen ze over elke gve boven hun referentie die nog niet is gereduceerd, een heffing. Het aantal koeien wordt vermenigvuldigd met 800 kilo en de heffing bedraagt 20 procent van de kale melkprijs. Deze bijdrage is bedoeld om een bonusregeling voor bedrijven die niet zijn gegroeid te bekostigen.

Bonus van maximaal 1000 euro per koe

Melkveehouders die in 2017 minimaal 4 procent minder gve’s hebben dan op 2 juli 2015, zijn vrijgesteld van de zuivelregelingen. Ook ontvangen zij een bonus over elke gve onder de referentie min vier procent. Het maximum voor de bonus is de referentie min tien procent. Hiermee wordt gestimuleerd dat deze bedrijven gve’s reduceren en latente ruimte niet invullen. De bonus hangt af van de aanwezige middelen, maar zal gedurende het jaar maximaal 1000 euro per koe bedragen.

Start zuivelplan uiterlijk op 1 maart

De maatregelen wat betreft het voerspoor en de stoppersregeling treden al per 1 januari 2017 in werking. Voor het zuivelplan geldt dat er eerst een algemeen verbindende verklaring van maatregelen (AVV) moet worden toegekend. De doorlooptijd hiervan is volgens Piet Boer, voorzitter Commissie Duurzame Melkproductie NZO, zo’n twee maanden. Hierdoor zal het zuivelplan naar verwachting ten laatste op 1 maart 2017 ingaan. Instemming vanuit Brussel en het verkrijgen van de AVV is hierin van cruciaal belang.

Lees hier de hele notitie van NZO ‘Voornemen tot maatregelpakket fosfaatreductie’

Rekenvoorbeeld

Bekijk hier een rekenvoorbeeld waarin de maatregelen van het zuivelplan voor een doorsnee Nederlands melkveebedrijf doorberekend zijn.



Bedrijven kunnen de korting op het melkgeld ontlopen door het aantal gve’s te verminderen
woensdag, 14 december, 2016

Niet de korting voor te veel geproduceerde melk, maar een gve-reductieregeling is de insteek van het zuivelplan. Dat werd vanmorgen bekend in Den Haag bij de presentatie van het voorgenomen maatregelenpakket om fosfaatreductie te realiseren.

De kortingsregeling van 90 procent op te veel geproduceerde melk blijft overeind omdat zuivelcoöperaties alleen daarop mogen sturen. Maar melkveehouders krijgen de mogelijkheid vrijwillig voor de gve-reductieregeling te kiezen. Naar verwachting van LTO, NZO, NMV en NAJK zal het gros van de veehouders daar ook voor kiezen.

1 oktober 2016 referentie

Binnen de gve-reductieregeling krijgen melkveehouders een referentie bestaande uit het aantal gve’s (grootvee-eenheden) op 2 juli 2015 (zowel melkkoeien als jongvee) min vier procent. De taakstelling van de regeling is het aantal gve’s dat op 1 oktober 2016 aanwezig was, over heel 2017 te reduceren tot de referentie van 2 juli 2015. Groei na 1 oktober 2016 moet sowieso in de eerste periode van 2017 worden gereduceerd. Bedrijven die niet voldoen aan de taakstelling tot reductie krijgen een korting op het melkgeld. Aan iedere gve die maandelijks boventallig is, wordt 800 kilo melk toegekend. Hierop wordt vervolgens een korting van 90 procent op de kale melkprijs toegepast. Dit komt omgerekend neer op ongeveer een bedrag van 250 euro per koe per maand.

Gefaseerde reductie aantal koeien

Bedrijven kunnen de korting op het melkgeld ontlopen door het aantal gve’s te verminderen. Voor de reductie worden in 2017 vijf perioden van ten minste twee maanden vastgesteld voor gefaseerde reductie. Als een bedrijf in de eerste periode het aantal gve’s ten opzichte van 1 oktober 2016 met ten minste vijf procent vermindert, vervalt de korting van 90 procent. Voor periode 2 geldt een reductiepercentage van 10 procent en voor periode 3 een reductiepercentage van 20 procent. Maar dit en verdere aanscherping in daaropvolgende periodes hangt af van de totale nationale fosfaatreductie die is gerealiseerd. Hierdoor is het in theorie mogelijk dat gedurende het jaar blijkt dat een deel van de groei niet gereduceerd hoeft te worden.

Solidairiteitsheffing 20 procent melkgeld

Bedrijven die deelnemen aan de gve-reductieregeling en in een bepaalde periode het vereiste aantal gve’s reduceren, maar de gve-referentie nog niet hebben bereikt, moeten een solidariteitsheffing betalen. Maandelijks betalen ze over elke gve boven hun referentie die nog niet is gereduceerd, een heffing. Het aantal koeien wordt vermenigvuldigd met 800 kilo en de heffing bedraagt 20 procent van de kale melkprijs. Deze bijdrage is bedoeld om een bonusregeling voor bedrijven die niet zijn gegroeid te bekostigen.

Bonus van maximaal 1000 euro per koe

Melkveehouders die in 2017 minimaal 4 procent minder gve’s hebben dan op 2 juli 2015, zijn vrijgesteld van de zuivelregelingen. Ook ontvangen zij een bonus over elke gve onder de referentie min vier procent. Het maximum voor de bonus is de referentie min tien procent. Hiermee wordt gestimuleerd dat deze bedrijven gve’s reduceren en latente ruimte niet invullen. De bonus hangt af van de aanwezige middelen, maar zal gedurende het jaar maximaal 1000 euro per koe bedragen.

Start zuivelplan uiterlijk op 1 maart

De maatregelen wat betreft het voerspoor en de stoppersregeling treden al per 1 januari 2017 in werking. Voor het zuivelplan geldt dat er eerst een algemeen verbindende verklaring van maatregelen (AVV) moet worden toegekend. De doorlooptijd hiervan is volgens Piet Boer, voorzitter Commissie Duurzame Melkproductie NZO, zo’n twee maanden. Hierdoor zal het zuivelplan naar verwachting ten laatste op 1 maart 2017 ingaan. Instemming vanuit Brussel en het verkrijgen van de AVV is hierin van cruciaal belang.

Lees hier de hele notitie van NZO ‘Voornemen tot maatregelpakket fosfaatreductie’

Rekenvoorbeeld

Bekijk hier een rekenvoorbeeld waarin de maatregelen van het zuivelplan voor een doorsnee Nederlands melkveebedrijf doorberekend zijn.



Reacties


REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.