Koe het beste af op groot en hoogproductief bedrijf


Grote bedrijven investeren juist in diergezondheid zoals vruchtbaarheid
donderdag, 25 september, 2014

Op melkveebedrijven met hoge melkproducties hebben koeien meer problemen. Dat is wat verschillende dierenorganisaties de maatschappij voorhouden. Maar we zouden deze organisaties eigenlijk het hoofdverhaal van het tweede septembernummer van Veeteelt moeten laten lezen.

Daarin concludeert de Animal Evaluation Unit (AEU) van CRV dat bedrijven met een hoge productie per koe juist betere kengetallen rondom vruchtbaarheid realiseren dan bedrijven met lagere producties. Bovendien zijn het ook de grote bedrijven die de betere vruchtbaarheidsresultaten behalen.

Hoge productie is een managementprestatie

De uitkomsten zijn enigzins verrassend, maar goed te verklaren. Een hoge melkproductie per koe komt namelijk niet uit de lucht vallen. Het vraagt om een uitgekiend management met volop aandacht voor rantsoenen, huisvesting en opfok. Een hoge productie is uiteindelijk een managementprestatie en dat straalt ook af op de gezondheid, en in deze analyse op de vruchtbaarheid.

Grote bedrijven investeren in diergezondheid

Met de AEU-analyse kan nog een mythe naar de prullenbak: in de maatschappij bestaat de angst dat met het wegvallen van het melkquotum de bedrijven steeds groter worden en dat dat negatief zal zijn voor de diergezondheid. Niets is minder waar.
Grote bedrijven investeren juist heel bewust in diergezondheid. Standaard wekelijks dierenartsbezoek, vruchtbaarheidsbegeleiding, werken volgens strakke protocollen en de aanschaf van tochtdetectiesystemen horen onmiskenbaar bij bedrijven met grote aantallen koeien. De groep grootste bedrijven uit de AEU-analyse realiseert de hoogste productie, alsook de kortste tussenkalftijd en het kortste interval afkalven-eerste inseminatie.
Het mes snijdt hier dus aan twee kanten: goede cijfers voor vruchtbaarheid zorgen ook voor goede bedrijfskengetallen.

Het vormt een mooie slotconclusie en tegengeluid richting Wakker Dier: de koe is qua vruchtbaarheid het beste af op grote, hoogproductieve bedrijven.


2 reacties

Grote bedrijven investeren juist in diergezondheid zoals vruchtbaarheid
donderdag, 25 september, 2014

Op melkveebedrijven met hoge melkproducties hebben koeien meer problemen. Dat is wat verschillende dierenorganisaties de maatschappij voorhouden. Maar we zouden deze organisaties eigenlijk het hoofdverhaal van het tweede septembernummer van Veeteelt moeten laten lezen.

Daarin concludeert de Animal Evaluation Unit (AEU) van CRV dat bedrijven met een hoge productie per koe juist betere kengetallen rondom vruchtbaarheid realiseren dan bedrijven met lagere producties. Bovendien zijn het ook de grote bedrijven die de betere vruchtbaarheidsresultaten behalen.

Hoge productie is een managementprestatie

De uitkomsten zijn enigzins verrassend, maar goed te verklaren. Een hoge melkproductie per koe komt namelijk niet uit de lucht vallen. Het vraagt om een uitgekiend management met volop aandacht voor rantsoenen, huisvesting en opfok. Een hoge productie is uiteindelijk een managementprestatie en dat straalt ook af op de gezondheid, en in deze analyse op de vruchtbaarheid.

Grote bedrijven investeren in diergezondheid

Met de AEU-analyse kan nog een mythe naar de prullenbak: in de maatschappij bestaat de angst dat met het wegvallen van het melkquotum de bedrijven steeds groter worden en dat dat negatief zal zijn voor de diergezondheid. Niets is minder waar.
Grote bedrijven investeren juist heel bewust in diergezondheid. Standaard wekelijks dierenartsbezoek, vruchtbaarheidsbegeleiding, werken volgens strakke protocollen en de aanschaf van tochtdetectiesystemen horen onmiskenbaar bij bedrijven met grote aantallen koeien. De groep grootste bedrijven uit de AEU-analyse realiseert de hoogste productie, alsook de kortste tussenkalftijd en het kortste interval afkalven-eerste inseminatie.
Het mes snijdt hier dus aan twee kanten: goede cijfers voor vruchtbaarheid zorgen ook voor goede bedrijfskengetallen.

Het vormt een mooie slotconclusie en tegengeluid richting Wakker Dier: de koe is qua vruchtbaarheid het beste af op grote, hoogproductieve bedrijven.

2 reacties


Reacties

Ik mis een correctie voor gemiddelde leeftijd op de bedrijven en per provintie!, oudere dieren zijn wat lastiger drachtig te maken, maar produceren goedkoper omdat de opfokkosten worden uitgesmeerd over meer liters levens productie!. Tussenkalftijd is niet zaligmakend ik hou melkkoeien geen droogekoeien!. Als ze veel produceren( meer dan 30kg) heb ik nog geen haast met insimineere. gr

De analyse omvat enkel ruwe vruchtbaarheidscijfers van maar liefst ruim 750.000 koeien. Net zoals bij de ruwe productiecijfers van dochters van stieren is er niet gecorrigeerd op andere factoren. Het afvoeren van koeien die niet drachtig willen worden heeft overigens vooral invloed op de tussenkalftijd. En niet op de interval tussen afkalven en eerste inseminatie omdat de om vruchtbaarheid afgevoerde koeien wel geïnsemineerd zijn. Aangezien het verband tussen een korte interval afkalven-1e inseminatie en een korte tussenkalftijd er telkens is, verwacht team AEU van CRV niet dat de afvoergegevens de verschillen in tussenkalftijd erg beïnvloeden. Het blijkt vooral dat bedrijven die eerder beginnen met insemineren een kortere tussenkalftijd hebben. En grote en hoogproductieve bedrijven doen dit eerder net zoals bedrijven in een aantal provincies. En of snel afkalven een doel is, mag iedere veehouder natuurlijk voor zichzelf bepalen.

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.