DGZ waarschuwt voor besnoitiose in Vlaanderen


Besnoitiose verspreidt zich via stalvliegen, dazen en ook naalden
vrijdag, 25 oktober, 2019

Nadat eerder dit jaar de eerste besmettingshaard van besnoitiose werd vastgesteld in België, is er dringend behoefte aan sensibilisering en wetgeving die verder onderzoek mogelijk maakt.

Dit stelt DGZ tijdens het jaarlijkse Lokaal Dierengezondheidsnetwerk, een studiemiddag waarbij het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) Vlaamse dierenartsen informeert over nieuwe ziekten en de bestrijdingsstatus van bepaalde ziektes. DGZ was hierbij als gastspreker aanwezig.

Dringend behoefte wettelijk kader

‘De ziekte wordt sinds begin 2018 actief gemonitord, maar is waarschijnlijk al sinds 2015 in ons land’, zegt Koen De Bleecker van DGZ Vlaanderen. ‘Er is dringend wetgeving nodig die ons in staat stelt om verdere onderzoeken en staalname te doen in plaats van verdere surveillance. Ook moeten veehouders en artsen gesensibiliseerd worden, zodat zij de ziekte herkennen.’

In mei dit jaar werd een eerste besnoitiose-besmettingshaard ontdekt in Wallonië. Besnoitiose is een ziekte die uit Frankrijk noordwaarts oprukt. Behalve twee klinisch zieke dieren bleek een kwart van de betreffende veestapel besmet. Ook op het buurbedrijf en één Waals contactbedrijf werden besmettingen geconstateerd. Een groot deel van de contactbedrijven, ook in Vlaanderen, is echter niet gecontroleerd geweest.

Mogelijk is de ziekte zich al aan het verspreiden

‘Het kan goed zijn dat de ziekte zich op dit moment verder aan het verspreiden is zonder dat we het weten. Veehouders en dierenartsen kennen de ziekte en symptomen onvoldoende en kunnen het dus missen’, zegt De Bleecker. Door het ontbreken van een wettelijk kader is DGZ niet bij machte staalafnames af te dwingen en verder onderzoek te doen.

Wel worden ingevoerde runderen uit risicogebieden serologisch gecontroleerd door het Veepeiler/GPS-project van DGZ en Arsia (Wallonië). Sinds 2018 voerden DGZ en Arsia samen 4742 controles uit van dieren uit Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal en Zwitserland.

Dragers in Vlaanderen

Uit deze controle bleken ook drie dieren in Vlaanderen drager van de ziekte. De drie runderen werden aangetroffen bij Oost-Vlaamse afmesters en waren afkomstig uit Spanje en Frankrijk. Vleesrunderen zijn initieel de grootste risicogroep, omdat er in deze sector meer geïmporteerd wordt uit risicogebieden.

Door stalvliegen en dazen kan de ziekte, die wordt veroorzaakt door de parasiet Besnoitia besnoiti, overdragen worden van een dragerdier naar een onbesmet dier. Ook kan de ziekte via naalden overgedragen worden.

De Bleecker: ‘Eens de ziekte aanwezig is bij een enkel dier, kan ze zich op die manier binnen de 2 à 3 jaar verder binnen het bedrijf en naar buurtbedrijven verspreiden. Bedrijfsprevalentie kan op die termijn oplopen tot 30 tot 40 procent van de aanwezige dieren.’

Symptomen en kenmerken van de ziekte

Koorts is een van de symptomen bij besnoitiose in combinatie met een zwelling van de kop, die verder zal uitbreiden over het lichaam. Ook zijn er bloeduitstortingen op de uier zichtbaar.

In de chronische fase ontstaat een harde, gerimpelde huid. Ook kan de huid op sommige plaatsen loslaten. Sommige dieren hebben ook kleine cysten bij de oogbol en neusslijmvliezen.

De ziekte zorgt voor onvruchtbaarheid bij stieren, vermagering van de dieren en afkeuring van karkassen. Een behandeling bestaat niet en dieren blijven levenslang drager. Het advies is daarom om besmette dieren zo snel mogelijk te identificeren en op te ruimen.


0 reacties

Besnoitiose verspreidt zich via stalvliegen, dazen en ook naalden
vrijdag, 25 oktober, 2019

Nadat eerder dit jaar de eerste besmettingshaard van besnoitiose werd vastgesteld in België, is er dringend behoefte aan sensibilisering en wetgeving die verder onderzoek mogelijk maakt.

Dit stelt DGZ tijdens het jaarlijkse Lokaal Dierengezondheidsnetwerk, een studiemiddag waarbij het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) Vlaamse dierenartsen informeert over nieuwe ziekten en de bestrijdingsstatus van bepaalde ziektes. DGZ was hierbij als gastspreker aanwezig.

Dringend behoefte wettelijk kader

‘De ziekte wordt sinds begin 2018 actief gemonitord, maar is waarschijnlijk al sinds 2015 in ons land’, zegt Koen De Bleecker van DGZ Vlaanderen. ‘Er is dringend wetgeving nodig die ons in staat stelt om verdere onderzoeken en staalname te doen in plaats van verdere surveillance. Ook moeten veehouders en artsen gesensibiliseerd worden, zodat zij de ziekte herkennen.’

In mei dit jaar werd een eerste besnoitiose-besmettingshaard ontdekt in Wallonië. Besnoitiose is een ziekte die uit Frankrijk noordwaarts oprukt. Behalve twee klinisch zieke dieren bleek een kwart van de betreffende veestapel besmet. Ook op het buurbedrijf en één Waals contactbedrijf werden besmettingen geconstateerd. Een groot deel van de contactbedrijven, ook in Vlaanderen, is echter niet gecontroleerd geweest.

Mogelijk is de ziekte zich al aan het verspreiden

‘Het kan goed zijn dat de ziekte zich op dit moment verder aan het verspreiden is zonder dat we het weten. Veehouders en dierenartsen kennen de ziekte en symptomen onvoldoende en kunnen het dus missen’, zegt De Bleecker. Door het ontbreken van een wettelijk kader is DGZ niet bij machte staalafnames af te dwingen en verder onderzoek te doen.

Wel worden ingevoerde runderen uit risicogebieden serologisch gecontroleerd door het Veepeiler/GPS-project van DGZ en Arsia (Wallonië). Sinds 2018 voerden DGZ en Arsia samen 4742 controles uit van dieren uit Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal en Zwitserland.

Dragers in Vlaanderen

Uit deze controle bleken ook drie dieren in Vlaanderen drager van de ziekte. De drie runderen werden aangetroffen bij Oost-Vlaamse afmesters en waren afkomstig uit Spanje en Frankrijk. Vleesrunderen zijn initieel de grootste risicogroep, omdat er in deze sector meer geïmporteerd wordt uit risicogebieden.

Door stalvliegen en dazen kan de ziekte, die wordt veroorzaakt door de parasiet Besnoitia besnoiti, overdragen worden van een dragerdier naar een onbesmet dier. Ook kan de ziekte via naalden overgedragen worden.

De Bleecker: ‘Eens de ziekte aanwezig is bij een enkel dier, kan ze zich op die manier binnen de 2 à 3 jaar verder binnen het bedrijf en naar buurtbedrijven verspreiden. Bedrijfsprevalentie kan op die termijn oplopen tot 30 tot 40 procent van de aanwezige dieren.’

Symptomen en kenmerken van de ziekte

Koorts is een van de symptomen bij besnoitiose in combinatie met een zwelling van de kop, die verder zal uitbreiden over het lichaam. Ook zijn er bloeduitstortingen op de uier zichtbaar.

In de chronische fase ontstaat een harde, gerimpelde huid. Ook kan de huid op sommige plaatsen loslaten. Sommige dieren hebben ook kleine cysten bij de oogbol en neusslijmvliezen.

De ziekte zorgt voor onvruchtbaarheid bij stieren, vermagering van de dieren en afkeuring van karkassen. Een behandeling bestaat niet en dieren blijven levenslang drager. Het advies is daarom om besmette dieren zo snel mogelijk te identificeren en op te ruimen.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.